headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto
 
De Scheids

De Scheids : Karretje

Nieuws afbeelding 16-1-2016

Dat ik nog al mijn tanden in mijn mond heb dank ik in de eerste plaats aan mijn ouders en in de tweede plaats aan de vele gebitsbeschermers die ik de afgelopen veertig jaar heb opgepeuzeld. Tussen mijn ouders en die gebitsbeschermer zit natuurlijk een oorzakelijk verband. In een tijd waarin het dragen van een gebitsbeschermer nog niet zo vanzelfsprekend was als nu, verplichtten zij consequent het gebruik ervan. De jaarlijkse gang naar de tandarts kostte in die tijd heel wat meer dan de bitjes die we tegenwoordig voor een luttel bedrag kunnen aanschaffen in het clubhuis of de hockeywinkel.

Zeker vier keer hebben mijn tanden een aanslag overleefd. In alle gevallen waren dat sticks of ballen op momenten dat ik het niet had verwacht. Dus niet bij de geëigende situaties zoals op de lijn bij de strafcorner, maar juist tijdens het laatste partijtje op de training of tijdens het voorbijlopen van een tegenstander die zich plots omdraaide. Doordat ik het plastic werkelijk altijd in mijn mond had als ik hockeyde hoefde ik me nooit zorgen te maken.

Zoals u weet is het dragen van een bitje tegenwoordig een verplichting. En worden scheidsrechters geacht erop toe te zien dat het bitje wordt gedragen. Hoeveel scheidsrechters hebt u gezien die hierop letten? Het is mij nog niet opgevallen. Zelf vind ik het ook lastig om er op te letten. Het valt niet altijd mee om te zien of een speler een bitje draagt. Je moet iemand recht in zijn gezicht kunnen aankijken van redelijk dichtbij. En dan nog is het niet altijd gemakkelijk om het bitje te ontwaren.

Meestal maak ik er tijdens de Shake Hands al een opmerking over naar de speelsters of spelers. Heeft iedereen zijn bitje bij zich? Altijd hoor ik dan een instemmend gemompel. Tijdens de wedstrijd is het lastiger. De statische momenten gebruik ik om degene die toevallig voorbijloopt even goed te bekijken.

Afgelopen week, in de zaal, hing er een vrouw over de railing van de tribune. Of ik even wilde letten op het bitje van nummer 12. Meestal probeer ik dit soort signalen als scheidsrechter te negeren. Maar toen nr 12 ineens vrolijk voorbij stoof zonder bitje kon ik het natuurlijk niet laten om naar het bitje te vragen. Vol zelfvertrouwen kwam het bitje uit haar broekzakje tevoorschijn. ‘Ik heb het hier, hoor’, zegt ze. ‘Doe hem maar snel even in’, vraag ik haar.

Op slag van rust staat diezelfde nummer twaalf klaar voor de strafcorner. Zonder bitje. ‘Het begint nu wel structureel te worden’ zeg ik tegen haar.Een bitje hoort in je mond, niet in je broekzak. Ik zeg dit ook niet voor mezelf, maar voor jou. Je moet nu echt het bitje indoen en in je mond laten.’ Ze kijkt me schuldbewust aan en het bitje gaat naar waar het hoort te zitten.

Tijdens de pauze zie ik twee duimen omhoog gaan op de tribune. Ik loop even naar de vrouw toe. Het blijkt de moeder van nr 12. Ze is blij met mijn opmerkingen. Ze hoopt dat haar dochter het bitje nu vaker zal dragen. Ik ben het met haar eens, dat zal u niet verbazen. Ik ben blij dat ik een klein beetje heb kunnen helpen. Er zíjn karretjes waar ik me graag voor laat spannen.

Reacties


Er zijn nog geen reacties, plaats uw reactie hieronder

Reageer op het nieuws